jump to navigation

Aberdeen, my home in Caledonia

In het voorjaar van 2006 kreeg ik de aangename kans om in het kader mijn studie orthopedagogie naar het buitenland te trekken om stage te gaan lopen. Na veel wikken en wegen stond mijn besluit vast: Steven zou zich voor 4,5 maand in de Schotse stad Aberdeen vestigen om daar zijn steentje bij te dragen in de plaatselijke sociale sector. Een succes, zo bleek, misschien niet zozeer voor mijn stageplaats ;-) , maar des te meer voor mezelf. Een prachtige tijd vol sneeuw, highlands, muffins, ‘pints of Tennant’s', reuzachtige kliffen, apple pies, spookkastelen, toffe collega’s en een hele nieuwe internationale vriendenkring. Natuurlijk vergeet ik hier nog honderden andere leuke dingen van mijn verblijf in ‘the granite city’ te vermelden. Deze kan je voor een stuk verder ontdekken in de uittreksels uit het internetdagboek waarmee ik destijds het Belgische thuisfront op de hoogte hield. Enkele foto’s van dit Europese avontuur vind je hier. Check oot fit’s it a’ aboot!

Lang verwacht, eindelijk gekomen! (25 januari 2006)
“Eindelijk is de tijd rijp om mijn literaire speelsheid te botvieren op dit online dagboek. Hoezeer het mijn hart ook pijnigen mag, ik ben genoodzaakt te vermelden dat ik mij reeds voor bijna drie volle weken in dit land van doedelzakken, kilts en gewichtige mensen bevind zonder ook maar iets van mij te laten horen, althans niet met behulp van dit medium. Gelukkiglijk kan ik u met oprechte blijdschap mededelen dat daar vanaf heden verandering in zal komen. Zij het enerzijds omdat iemand er in geslaagd is dit geheel van éénen en nullen op het Internet te plaatsen en de gegevens nu ter beschikking van de volledige wereldbevolking (met internetverbinding) te stellen, zij het anderzijds omdat ik nu de tijd heb om het één en ander neer te schrijven. Trots als ik ben op mijn ‘eigen website’ (www.macverdonck.be voor zij die de blijde boodschap willen verspreiden en daar niet meer dan zeventien lettertekens aan willen besteden), wil ik enkele personen bedanken die mij hielpen bij het tot stand brengen van deze website: Tim Willekens, voor zijn vrijwillige en onbaatzuchtige inzet en medewerking tot het uitlenen van de nodige éénen en nullen, door hem zorgvuldig in de juiste volgorde geplaatst, Koen Van de Vyver voor het eerder grafisch gerichte werk op de homepage en tenslotte de heer Willy Verdonck aka ‘Wiekes’ die er op relatief vlotte wijze in geslaagd is om de server van Telenet met nog meer zever van mijnentwege te vullen. Hierbij bedank ik allen die ik in voorgaande opsomming over het hoofd heb gezien. Dank u zeer!

Gedaan met al die zever! Let’s give it a go en wel right now! Cheers!”

And so it begins… (26 januari 2006)
“Omdat ik op dit late moment van de dag geen zin en energie meer heb om de voorbije drie weken tot in detail te bespreken en het gemiddeld individu behorende tot mijn doelpubliek daar ook weinig boodschap aan zou hebben, ga ik het proberen kort te houden.
Zaterdag 7 januari: pijnlijk afscheid, pijnlijke vlucht, pijnlijke oren en pijnlijk grijs weer bij aankomst in Prestwick. Die dag nog minstens 4,5 uur op de bus gezeten en ongeveer 5 uur aan het wachten geweest, schat ik. Eens aangekomen in mijn nieuwe woonplaats toch een ‘zacht’ bed in mijn aangenaam, nieuw kot aangetroffen.

Zondag 8 januari en verder: Lange wandeling door Aberdeen gemaakt (Union Street = plaatselijke Meir, haven, zee, Pizza Hut, Donmouth = natuurreservaat bij de monding van de Don, Brig O’Balgownie = middeleeuwse brug die instort wanneer de enige zoon van een moeder er op een enig veulen van een merrie overheen rijdt. Wie verzint zo’n dingen toch?, Old Aberdeen, King’s College, St. Machar’s Cathedral …) Dinsdagavond ben ik Olivia, mijn klasgenoot gaan oppikken aan het busstation. Bij iedere voet die zij verzet, blijkt er wel één of andere autochtoon geïnteresseerd in haar. De leeftijd deed hier duidelijk niets ter zake! De rest van de week: gewinkeld, gewinkeld en … gewinkeld. Jammer genoeg is alles hier ook duur, duur en … duur!

Eerste weekend: Met Olivia naar Stonehaven, een havenstadje ten zuiden van Aberdeen waar een prachtig wandelpad naar Dunnottar Castle leidt. Dit was echt het echte Schotland: steile kliffen vol met allerlei zeevogels beëindigen de Caledonische landmassa, rotsen in het water waar de golven zich op te pletter gooien, uitgestrekte verlaten kiezelstranden waar groene glooiende weilanden bovenuit rijzen en schapen gezellig staan te mekkeren. Land dat plotseling stopt en recht naar beneden gaat, de zee in waar de golven op het land inbeuken alsof ze hooligan van den Antwerp zijn en dan als kers op de taart een fantastisch mooie middeleeuwse ruïne van een kasteel op een klif in de zee waar de zonnestralen tussen de donkere wolken op neerschijnen. En ik overdrijf écht niet! Zoek op het Internet snel naar ‘Dunnottar Castle’ en zeg ‘waaaaaaaaaauuw’!”

Aja, er moet nog gewerkt worden ook… (1 februari 2006)
“Na een eerste week vakantie te hebben gehad, waarin ik voor zover ik het nog besef dus alleen maar inkopen heb gedaan, VEEL inkopen, werd het tijd om te beginnen aan het zware werk waarvoor ik tenslotte naar hier ben gekomen: de stage! Des maandags morgen vertrok ik rond 9.00u naar wat de komende paar maanden mijn werkgever zou zijn: het Fersands Family Centre. Dit is eigenlijk een soort buurtwerkproject in een sociaal achtergestelde wijk dat een breed gamma van diensten aanbiedt om de (sociale) problemen in de wijk op termijn aan te pakken. Het zijn eigenlijk vooral diensten die zich richten op de moeders en hun kinderen, omdat er veel jonge alleenstaande moeders in de omgeving wonen. Het centrum probeert ook de sociale cohesie in de buurt wat op te krikken door mensen meer contact te laten hebben, samen leuke activiteiten te organiseren… Mijn job bestaat er eigenlijk uit om in de verschillende groepen te participeren (‘parent group’ waar men discussieert over opvoeden en tips over opvoeden geeft, babbelgroepen, kleuterklas, crêches, ontspanningsgroepen voor ado’s en schoolkinderen uit de buurt) Ik zal ook enkele projecten op poten zetten. Voorlopig staan er een project voor kleuters rond culturele verschillen, een project rond racisme en een project over de ‘Conventie van de Rechten van het Kind’ met ouders op het programma. Verder ga ik nog verschillende projecten en sociale organisaties in de omgeving van Aberdeen bezoeken en enkele interessante lessen op de Robert Gordon University volgen, alhoewel dit laatste zeer beperkt zal blijven.

Soms moeten er ook minder typisch ‘orthopedagogische’ werkjes gebeuren: zo heb ik al een kleine maar moeilijke verhuis meegedaan. Zetels naar beneden sleuren, op een krakkemikkelige kar laden en dan 300m verder op een ietwat onhandige manier terug naar boven hijsen. Gelukkig trekt men zich niet zo veel aan van precisie en voorzichtigheid want een paar keer met een gigantische driezit door het behang stoten lijkt hier geen echte ramp te zijn… Het komt hier allemaal niet zo nauw!

De eerste week liep ik wel een beetje verloren in het nochtans zeer kleine gebouw (lees: appartement) van het Family Centre. Omdat de mensen hier zo’n speciaal verschrikkelijk Schots ‘Doric’ accent hebben, waren ze in het begin zo goed als onverstaanbaar, op enkele losse woorden na. Hoewel ik het niet verstond, kan ik jullie wel toevertrouwen dat het moeite kostte om niet een beetje te lachen met het vettige en spijzige taaltje van de Aberdonians. Gelukkig verstond ik het personeel van in het begin redelijk goed, zodat ik toch iemand kende die ik verstond. In de derde week van mijn stage, versta ik toch al het meeste van wat de cliënten hier te vertellen hebben, hoewel de taal toch het grootste struikelblok blijkt, vooral als je iets op een bepaalde, subtiele manier wil uitdrukken of vertellen. Tja, Engels, het is niet gemakkelijk, hé? Al bij al voel ik mij nu een heel stuk comfortabeler dan de eerste week en ik hoop dat dit alleen nog maar beter gaat worden. Ook Robert ‘Rob’ MacKay, mijn tutor van de RGU, is ‘nen toffe kadee’. Hij is echt betrokken op ons, ondersteunde ons tot dusver al zeer goed en is ook gewoon een aangenaam persoon om mee te babbelen (en hij is verstaanbaar, wat een kwaliteit is die ik hier alleen maar kan toejuichen). Als er iets mis zou lopen, zullen we altijd bij hem terechtkunnen. Hij bakt tussen haakjes zijn zeer lekker meergranenbrood zelf, als je ziet wat de gemiddelde (bijna onvindbare) bakkerij daar tegenover kan stellen, lijkt dat een hele prestatie. Meer nieuws over mijn stage volgt later nog…”

MacVerdonck, de cultuurbonk: Robert Burns Night (1 februari 2006)
“Op 25 januari gaat traditioneel Schotland uít zijn dak en ín de kilt, want dan is het Robert Burns Night. Het jaarlijkse feest, dat genoemd is naar Schotlands nationale dichter, wordt ’s avonds ingezet met het traditionele ‘Burns Supper’, waar een heel ritueel bij wordt uitgevoerd. Als voorgerecht serveert men Cock-a-Leekie Soup, een soort kippensoep met prei, rijst en pruimen. Als hoofdgerecht wordt er Haggis gegeten, een mengeling van verhakkelde schapeningewanden, haver en nog wat dingen, elegant verpakt in een (niet verhakkelde) schapenmaag. Onder begeleiding van Schotse doedelzakmuziek (vaak ter plekke gespeeld) wordt de stomend hete Haggis uit de keuken gebracht. Als de Haggis op tafel wordt gezet, staat de gastheer op en begint het beroemde gedicht ‘Address To a Haggis’, geschreven door onze goede vriend Robert Burns, te citeren. Bij een bepaalde passage in het gedicht, steekt iemand met een mes in de Haggis zodat deze openscheurt. Vervolgens wordt de Haggis verorberd met Tatties (aardappelpuree) en Neeps (rapen). Er volgt ook nog een dessert en koffie. Met Schotse muziek en dans wordt de avond dan besloten en waarschijnlijk ook de nieuwe dag ingezet. Voor meer info over Robert Burns en zijn ‘Night’ klik je hier.”

Eras-mussen tsjilpen in alle talen! (8 februari 2006)
“Robert Burns Night ligt weeral enkele weken achter ons. Tijd om me te concentreren op andere dingen. En die andere dingen zijn er genoeg. Om eerlijk te zijn: ik heb een vrij druk leven hier, al is het maar omdat we weer eens een of andere spannende dvd gaan kijken in onze eigenste keuken op een sjieke Toshiba-TV die er maar niet in slaagt om een degelijk beeld op zijn scherm te toveren, althans niet voor de gewone tv-kanalen. Kaskrakers als Sleepy Hollow, Kingdom of Heaven, jawel: Bridget Jones’ Diary I EN II en nog vele anderen zijn er reeds aan moeten geloven. De topper van de maand was toch wel de veel te fantastische ‘Hellboy’! Voor de Klein Seminariërs onder ons die zich ‘De Kruik’ nog kunnen herinneren: Hellboy was spannender, gewelddadiger, geschifter, maar toch ook wel bijna even slecht als deze onfortuinlijke Iraanse prent. Zelfs de Engelse ondertitels waren marginaal slecht, zeker als je weet dat de ondertitelaars de lijnen zelfs niet eens moesten vertalen, maar gewoon opschrijven! De laatste week zijn er ook heel wat nieuwe internationale studenten gearriveerd in Aberdeen. En zoals sommigen onder ons wel zullen weten: eras-mussen hebben de neiging om zich in troep doorheen stad en land te begeven… en hier is dat echt niet anders. Nederlanders, Franzosen, een legertje Duitsers (beter bekend onder de naam ‘dzie Dzjermans’), Finland, Maleisië, India en Italië, alles en iedereen van overal ziet ge hier rondlopen. Met een groep van ongeveer 10 mensen zijn we dan ook al enkele keren het Aberdoniaanse nachtleven gaan verkennen en hebben we reeds andere culturele uitstapjes gemaakt, bijvoorbeeld naar het Maritime Museum en een tentoonstelling over tattooing bij traditionele stammen in o.a. Nieuw-Zeeland. Veel spectaculairs is er daarna niet meer gebeurd. Alhoewel… deze morgen, of nee, eerder deze NACHT (grrrrrrrmbl!!!) vonden ze het hier op kot zodanig belangrijk om een evacuatieoefening te doen. Beginnen die rookdetectoren om 7.00u te loeien van jewelste en moesten wij in ons ‘pizjemakke’ in de nachtelijke kou gaan staan. Het had niet veel gescheeld of we hadden alles nog eens terug opnieuw kunnen doen, want na controle van alle kamers bleek er toch nog een of andere Chinees zijn oren minder gevoelig voor ongeveer 5.000.000 decibel te zijn. De kerel kwam na ‘betrapt’ te zijn half slapend de trap afgewaggeld, zich niet bewust zijnde van het feit dat hij eigenlijk dood had kunnen zijn. Mijn conclusie: Chinezen kunnen niet tegen teveel alcohol, want het was wel duidelijk dat onze ‘kameraad’ uit het verre Oosten iets te diep in het whiskyglas had gekeken. Gelukkig was de organisator van deze ochtendlijke festiviteiten een zeer barmhartig man die ons de rest van de nacht (of tenminste wat er nog van restte) liet doorslapen. Praise him!”

Highlands, sneeuw en de dolle-buschauffeursziekte… (15 maart 2006)
“Het is weeral een eeuwigheid geleden sinds mijn vorig verslag op mijn webpagina verscheen: hiervoor mijn oprechte verontschuldigingen. Mijn excuus: drukte, onverwachte leuke en veel minder aangename gebeurtenissen en een welverdiende vakantieweek . Ik ga dus diep in mijn geheugen moeten graven om nog iets terug te vinden van de dingen die ik hier sinds begin februari heb uitgestoken. Wat ik me nog herinner:

Ik ben ondertussen reeds twee keer naar de Highlands geweest. U raadt het nooit, maar de Highlands zijn uiteindelijk niet zo overdriven ‘high’. De hoogste berg in Schotland is slechts een magere 1344m hoog. Niet echt te vergelijken met de hoge toppen van de Alpen dus. Maar vergis u niet, dames ende heren, het klimaat hier is des te guurder, ja zelfs subarctisch (een moeilijk woord om duidelijk te maken dat het hier wel eens guur, koud en winderig weer kan zijn, zeker als je jezelf op de hellingen van een of andere berg naar boven aan het slepen bent. Een sneeuwstorm op 600m hoogte is hier geen rariteit! Enfin, we zijn dus met enkele andere studenten Braemar onveilig gaan maken. Dit is een dorpje in het hart van het Cairngorms National Park. Vol goede moed begonnen we aan de beklimming van de Morrone, een Corbet (berg tussen de 762m en 914m). Het eerste stuk was zeer gemakkelijk te beklimmen. Dartel huppelend klommen we tussen de heideplantjes en rondvliegend ‘glok glok’-wild omhoog, aten op een rots vanwaar we een fantastisch zicht hadden over Braemar en de wijdse vallei van de River Dee. Het huppelen nam vanaf dat moment echter zienderogen af. Sneeuw begon het pad te camoufleren en samen met de toenemende mist zorgde het ervoor dat we kort daarna niets meer zagen en ons op kaart en kompas moesten gaan oriënteren. Gelukkig konden we de harde vrieskou vergeten door elkaar creatief met sneeuwballen te bestoken. Voor we het wisten stonden we trots aan het radiostation op de top van onze eerste (en voorlopig enige) Corbet. Terug in het centrum van Braemar trakteerden enkelen onder ons zich op een warme chocomelk in de warmte van een knetterend haardvuur, terwijl de ‘die hards’ (waaronder ook mezelf) zich in een zeg maar razend tempo naar de top van een kleinere berg in de buurt repten. We klommen slechts een half uur, maar het was een echte kuitenbijter, die helling. Na het vele stappen die dag, was het absoluut geen wonder dat ik op de bus al gauw aan het ronken was. De tweede uitstap naar Braemar, samen met Evelien, ons Ellen en Pieter was NOG kouder en guurder. Er lag veel meer sneeuw dan de vorige keer. Toch waagden we het erop om aan de beklimming van de Morrone te beginnen. We zijn echter voortijdig moeten terugkeren. De redenen: sneeuwstormen, mist, regen en een voortdurend uitglijdende Ellen Verdonck. Een verstandige beslissing was dat, want ik weet niet of we het zonder het plaatselijke ‘Mountain Rescue Team’ gered zouden hebben, hehe. Dan maar een heet soepje en lunch voor het haardvuur, waarna we opnieuw genoeg energie en warmte tot ons hadden genomen om een kortere, gemakkelijkere wandeling te maken doorheen de vallei en de voet van de berg. We waren blijkbaar niet alleen met dit idee, want ook een kudde edelherten kruisten ons pad. Ze stonden te kijken alsof ze nog nooit een Belg (of vier) hadden gezien. Zo’n opvallende verschijning zijn wij nu toch ook weer niet, hé, of toch? Die dag ontdekten we ook dat de buschauffeurs hier een groot vertrouwen hebben in zichzelf en in hun oude bussen: op de heenweg waren we al tegen onze rugleuning gedrukt door een cowboy van een buschauffeur die zomaar eventjes 25 minuten op de normale duur van de rit kon goedmaken omdat hij een halfuur te laat vertrokken was. Bij het terugkeren vond de buschauffeur het duidelijk een goed idee om even door een plotse sneeuwstorm te racen, ondanks het feit dat de zichtbaarheid nul was. Slapen heb ik dan maar niet gedaan: ik wilde graag wakker zijn gedurende het laatste halfuur van mijn leven.”

Het monster met de zonneallergie (15 maart 2006)
“Zoals ik in het vorige verslag heb laten horen, is mijn eerste delegatie bezoek langsgeweest, het zij Evelien, ons Ellen en Pieter ‘de man die alles kan’ (zelfs klimmen in de sneeuw met funky Puma’s aan de voeten). Evelien verbleef hier voor een dikke week, Ellen en Pieter voor een lang weekend. Ik was blij dat ik ze nog eens zag en uit hun glimlach kon ik toch een zekere wederkerigheid van dit gevoel afleiden. Alhoewel, Ellen en Pieter waren mij waarschijnlijk gewoon aan het uitlachen omdat ik hen in kilt kwam oppikken in het busstation. Zo’n kilt is dus een geweldig ding, hé. Voor zover ik het mij herinner, heb ik het nooit echt fantastisch gevonden om een rok te dragen, maar een kilt is te gek, het is zelfs stoer. En noem het geen ‘skirt’ of ‘rok’, want zo zeggen de Schotten zelf, het woord ‘kilt’ is afgeleid van het Engelse werkwoord in de past tense dat staat voor hetgeen ze doen met onverlaten die hun nationale trots een ‘rok’ noemen. Uiteraard is dit verhaal van bedenkelijk betrouwbare aard. Nadat ons Ellen en Pieter terug richting België afzakten, hebben Evelien en ik nog een tweedaagse trip naar het fameuze Loch Ness ondernomen. Hoewel het allemaal wel mooi was: het meer, de witbesneeuwde heuvels en Urquhart Castle glanzend in de zonnestralen, had ik het geheel toch liever in een grijsbewolkte, mistige sfeer gehuld gezien, want dat is wat Loch Ness zo mysterieus en beangstigend maakt. Bovendien zou je op regenachtige dagen meer kans hebben het monster te kunnen strelen en voederen. Nu moest het arme dier zich vanwege zijn vervelende zonneallergie ergens in de 226m diepe duisternis schuilhouden, de sukkelaar! Toen we donderdagnacht terug in Aberdeen arriveerden, lag er een zalig dik pak sneeuw, zodat we de volgende dag met de flatgenoten gaan zakglijden zijn op de pelouse van de plaatselijke golfclub. Reuzeveel pret hebben we daar gemaakt! Tijdens het weekend moest ik spijtig genoeg weer afscheid nemen van Evelien. ‘s Zaterdags hebben we Glasgow downtown en het Piping Museum (over doedelzakken) bezocht, geslapen in een super-de-luxe Bed&Breakfast in Prestwick en echte gefrituurde haggisballen gegeten in een pub. Zondagvoormiddag wuifde ik Evelien uit en keerde ik terug naar mijn ‘bonnie auld Aberdeen’, alwaar mijn Schots en scheef leven nu verder zijn gangetje gaat.”

Reacties

1. Nieuwigheden toegevoegd! « Purgatorio - 3 februari 2007

[...] ik Schotland enkele maanden onveilig maakte, neem dan eens rustig de tijd om een blik te werpen op mijn Schots dagboek. Je leest er alles over hondsdolle buschauffeurs, openspattende schapenmagen, meermonsters met [...]


Sorry comments are closed for this entry

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.